Aanbod voor de jeugdprofessional

Als jeugdprofessional sta je dagelijks voor grote uitdagingen in je werk. De problematiek van de jeugdigen en hun gezinnen lijkt toe te nemen, en de druk van ouders om bepaalde indicaties, of bepaalde zorgaanbieders te eisen kan fors zijn. Ook de zorgprofessionals zelf zien we vanuit weerstand reageren (“je kunt dit toch wel even met terugwerkende kracht verlengen”).

Daarnaast vraagt de wet, - en regelgeving ook van de jeugdprofessional dat ze binnen bepaalde kaders hun besluiten nemen en zaken juist wel of juist niet opschrijven in het dossier. En dan heb ik het nog niet over de taken van veilig thuis die steeds meer bij gemeenten terecht komen.

Dit alles binnen een tijd, waarin de financiële middelen van de gemeenten steeds meer onder druk komen te staan.

Dit vraagt om kennis en vaardigheden om slimmer te kunnen werken.

Mijn ruime ervaring in het trainen van de jeugdprofessionals leert, dat de jeugdprofessional wil hulpverlenen aan de jeugdige en het gezin het goede doen voor de ontwikkeling van de jeugdige. En dit is ook goed, maar de kwaliteit moet verder gaan.

Binnen gemeenten zien we dat er soms indicaties worden gegeven zonder deugdelijk onderzoek. Dit kan leiden tot te hoge, of te lage indicaties. Ook zien we dat doelen worden zo algemeen gesteld (“jeugdige zit lekker in zijn vel”) worden, dat er schijnbaar een eindeloze indicatie wordt afgegeven zonder dat er op resultaat gestuurd kan worden. Het leidt tot herindicatie tot herindicatie met alle kosten van dien. Het aanspreken van hernieuwde eigen kracht van de jeugdige en het gezin lijkt soms ver weg.

Tot slot zien we dat de gesprekstechnieken om tegen de druk van sommige ouders of zorgprofessionals in te gaan nog niet voldoende aanwezig zijn.

In mijn jarenlange ervaring als trainer (en eerder als jeugdzorg professional) weet ik wat er speelt, hoe het zit en op welke manier het anders kan.  Zo krijg je enthousiaste jeugdprofessionals die kwalitatief hoogwaardige dienstsverlening kunnen verlenen. En dit binnen de wettelijke kaders (of gemotiveerd daarbuiten), met adequate indicaties en afgestemde zorg.

Alle trainingen zijn SKJ- geregistreerd. Als CRKBO opleidings-aanbieder is er geen btw verschuldigd.

Trainingen

Basiskennis Jeugdwet

1 dag

“ik wilde dat ik deze training een half jaar eerder had gehad, er vallen de hele dag al kwartjes. Nu snap ik pas wat ik aan het doen was”.

Je bent werkzaam als jeugdprofessional, je hebt alleen nog weinig kennis van de Jeugdwet. En toch heb je er dagelijks mee te maken (misschien wel zonder dat je het door hebt). Want wie mag allemaal indiceren en hoe zit dat dan met PGB? Wat mag ik wel/ niet rapporteren. De stappen van het onderzoek worden aangeleerd met behulp van de routekaart voor de jeugdwet. Deze routekaart is door mij ontworpen en wordt in veel gemeenten en sociale wijkteams enthousiast gebruikt.

Jeugdwet doe je zo

halve dag digitaal

“als Ingeborg het uitlegt, dan snap ik weer de samenhang en onthoud ik het ook beter”.

In wijkteams wordt er vaak met diverse wet, - en regelgeving gewerkt. Dit is een training die als “opfris training” dient naast de training Wmo doe je zo, Schuldhulpverlening doe je zo en Participatie doe je zo. Wat is de basis van de jeugdwet, waar zitten de overeenkomsten en de verschillen met de overige wetgeving binnen het sociaal domein. Welke gesprekstechnieken gebruik ik om de stappen van de route kaart goed te kunnen nemen (stappen van het onderzoek in de jeugdwet).

Jeugdwet in de praktijk:

1 of 2 dagen

“na deze training kan ik mezelf, de kwaliteitsmedewerker maar vooral ook ouders goed uitleggen waarom iets wel of iets niet kan. Heldere uitleg met genoeg humor”.

De jeugdige en/of de ouders doen een aanvraag in de Jeugdwet. Wat mag je dan wel of niet vanuit deze wet? En op welke manier communiceer je effectief met jeugdigen en ouders? Wanneer zet je een maatwerk voorziening in, en hoe weet je welke je moet inzetten. Wanneer is het nu gebruikelijke zorg en wat is nu eigen kracht? Dit, en nog veel meer komt aan bod in de training jeugdwet in de praktijk.
In deze training wordt de dagelijkse praktijk, juridische kennis en communicatieve vaardigheden (methodiek oplossingsgericht werken) met elkaar verbonden. Hierdoor kan de jeugdprofessional er gelijk de volgende dag al mee aan de slag.
 Tot slot wordt er in de training aandacht besteed aan de recente ontwikkelingen in de jeugdzorg, waaronder de hervormingsagenda jeugd.

Helder rapporteren in de jeugdwet

1 dag

“Ik ben me nu bewust van privacygevoelige informatie, en ik ga gelijk aan de slag met het taalniveau van mijn verslagen. De treinen kaart is superhandig alle stappen in het onderzoek te rapporteren”

De ene consulent schrijft zeer beknopt, de andere consulent schrijft zeer uitgebreid. De ene consulent gebruikt formeel taalgebruik, de ander houdt het informeel. Ook het onderscheid in feiten en interpretatie lijkt niet helder. Daarnaast vraagt de wet om heldere motivering van de besluiten. Tot slot hebben de jeugdconsulenten nog te maken met veilig thuis en de Raad voor de kinderbescherming wat weer een andere manier van rapporteren vraagt. En wat mag je nu wel of juist niet opschrijven? Hoe kan het anders opschrijven? Hierbij wordt onderscheid gemaakt van de hulpverleningsrapportage en de rapportage in het kader van het onderzoek in de Jeugdwet. Kennis over schrijfstijlen, bewustwording van de “lezer” van de rapportage, hoe maak je een goede opbouw voor je motivatie en tot slot allerlei valkuilen en tips om helder te kunnen rapporteren. In deze training wordt gewerkt met elkaars verslagen, zodat iedereen op maat feedback krijgt.

Slim indiceren voor de jeugdprofessional

1 dag

“Het is een fijne, nuttige training met veel bruikbare informatie die ik morgen kan toepassen”

De jeugdprofessionals moet aan de hand van het onderzoek doelen en resultaten met de inwoner en zorgaanbieder vaststellen. Hierbij voert de gemeente veelal regie op wat er moet gebeuren bij de inwoner. Vervolgens vraagt hij de aanbieder te formuleren hoe hij dit wil doen samen met de inwoner.
In de praktijk lijkt de jeugdprofessional te worstelen met het kunnen afschalen van uren, laat staan het stoppen van de hulp. De aanbieder geeft veelal aan dat de inwoner is gegroeid, maar er een herindicatie nodig is voor de overige doelen.
Hier lijkt de jeugdprofessional soms de regie kwijt te zijn. Door het stellen van de juiste doelen (van SMART naar MAGIE), het juiste moment van bespreken van de vraag: “wanneer kan de hulp stoppen” en het inzetten van gesprekstechnieken kan de jeugdprofessional de regie weer voeren. Zo krijgt de jeugdige en het gezin wat er nodig is, en groeit het vertrouwen in wat er wel goed gaat. Dit is de basis voor het ontwikkelen van eigen kracht waarbij het gezin niet afhankelijk blijft van hulpverlening.